Vaak gestelde vragen


Hoe zal men mij de chemotherapie toedienen en hoeveel keer?

Er zijn verschillende opties voor chemotherapie bij de behandeling van het folliculair lymfoom. Onder hen worden “CHOP” en “CVP” vaak aangewend.

  • De behandeling met chemotherapie CHOP (cyclofosfamide, doxorubicine, vincristine, prednison), is een schema dat bestaat uit de combinatie van drie cytostatische geneesmiddelen (geneesmiddelen die kankercellen doden) en een vorm van cortisone. De chemotherapie wordt toegediend via een intraveneus infuus voor 6 tot 8 cycli om de drie weken.
  • De behandeling met chemotherapie CVP (cyclofosfamide, vincristine, prednison) is een combinatie van 2 cytostatische geneesmiddelen en een vorm van cortisone. Deze combinatie wordt toegediend voor 8 cycli met telkens 3 weken tussentijd.

Zowel bij CHOP als bij CVP wordt prednison oraal ingenomen tijdens de eerste 5 dagen van elke cyclus.

Er bestaan nog andere behandelingsschema’s (aantal cycli of keuze van medicatie). Uw hematoloog zal het schema kiezen dat voor u het beste is en daarbij rekening houden met uw algemene toestand en uw antecedenten op gezondheidsvlak.

 

Hoe zal men mij de immuuntherapie toedienen en hoe vaak?

  • Naast de chemotherapie krijgt u een immuuntherapie met rituximab, intraveneus toegediend op de eerste dag van elke cyclus chemotherapie.
  • Als u het “CHOP”-schema krijgt, dat 6 cycli chemotherapie omvat, zal uw hematoloog u doorgaans 2 extra injecties met rituximab voorschrijven (8 injecties in totaal). Dit theoretische schema kan uiteraard aangepast worden door uw hematoloog naargelang uw tolerantie en evolutie.

 

 

Wat zijn de bijwerkingen van de immunochemotherapie?

Zoals elk geneesmiddel kunnen chemo- en immuuntherapie bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. De meeste bijwerkingen zijn van milde tot matige aard, maar enkele kunnen ernstig zijn en behandeling vereisen. Uitzonderlijk zijn sommige van deze reacties fataal geweest.

  • Zeer vaak voorkomende bijwerkingen met deze behandelingen (gemeld door meer dan 1 van de 10 patiënten) zijn:
  • infecties zoals pneumonie (bacterieel) en herpes (viraal) of ontsteking van de luchtwegen (bronchitis)
  • laag aantal witte bloedcellen, met of zonder koorts, laag aantal bloedplaatjes met een verhoogd risico op bloedingen
  • allergische reacties na infusie
  • misselijkheid
  • huiduitslag, jeuk, haarverlies, koorts, rillingen, lichamelijke zwakte, hoofdpijn
  • verminderde immuniteit

De bijwerkingen verdwijnen gewoonlijk eens de behandeling beëindigd wordt.

Als u rituximab in combinatie met andere geneesmiddelen krijgt, kunnen sommige van de bijwerkingen die bij u optreden het gevolg zijn van de andere geneesmiddelen.

Als een van deze bijwerkingen of elke andere reactie die u abnormaal lijkt, bij u optreedt, neem dan onmiddellijk contact op met uw hematoloog.