CLL : Chronische Lymfatische Leukemie


Deze ziekte wordt ook vaak afgekort als CLL. Heel dikwijls wordt de ziekte toevallig ontdekt bij een routine bloedonderzoek. Het laboratorium vindt dan een verhoogd aantal lymfocyten terug in het bloed. Soms wordt klierzwelling opgemerkt als eerste teken van de ziekte, eerder zeldzaam zijn er algemene klachten zoals zweten, vermagering, moeheid.

In tegenstelling tot de andere lymfomen wordt voor CLL een andere indeling van de stadia van ziekte gebruikt. Meest gebruikt is de indeling volgens RAI:

 

   Stadium 0

 Enkel afwijkingen in bloed. Verhoging van het aantal lymfocyten

   Stadium 1

 Verhoging van het aantal lymfocyten en lymfklierzwelling

   Stadium 2

 Zoals stadium 1, met eveneens zwelling van de milt

    Stadium 3

 Zoals stadium 2, maar ook met bloedarmoede

    Stadium 4

 Zoals stadium 3, maar ook met laag aantal bloedplaatjes

   

Slechts 10 % van de patiënten bevinden zich bij de diagnose in stadium 3 of 4: de meeste patiënten die momenteel worden gezien, bevinden zich in stadium 0 of 1. In de loop van de maanden en jaren na de diagnose treedt er meestal een toename op van de witte bloedcellen en lymfocyten in het bloed.

Onderzoek bij CLL is minder uitgebreid dan bij de andere lymfomen: vaak wordt bij diagnosestelling enkel een beenmergonderzoek, radiografie van borstkas en echografie van de buik uitgevoerd. Wel worden er momenteel speciale laboratoriumtesten uitgevoerd (zoals chromosoomonderzoek, FISH onderzoek van chromosomen en DNA onderzoek) die mogelijk toelaten de lange termijn vooruitzichten beter te voorspellen.

De behandeling van CLL verschilt ook wat van de andere lymfomen. Onderzoek uitgevoerd in de jaren 1980 heeft aangetoond dat het vroegtijdig starten van een behandeling geen zin heeft: een deel van de patiënten moeten eigenlijk nooit worden behandeld en er is geen verlies aan effect van behandeling als gewacht wordt tot een behandeling echt nodig is.
Patiënten met stadium 0 worden dan ook in de regel niet behandeld. Op zichzelf is een verhoging van de witte bloedcellen geen reden om een behandeling te starten, behalve als het aantal zeer hoog wordt (vanaf 100.000–150.000 ). Vanaf deze cijfers kan het bloed wat dikker worden met als gevolg doorstroming van bloed in sommige organen.
Stadium 1 wordt behandeld als er echt hinderlijke klierzwelling aanwezig is ; voor vergrote, maar kleine klieren zonder enige klachten dient geen behandeling ingesteld.
Stadium 2 wordt eveneens behandeld als er hinderlijke klieren zijn of hinderlijke miltvergroting.
Vanaf stadium 3 wordt er in de regel wel een behandeling ingesteld.

Tot nog toe kan een patiënt met CLL niet worden genezen met chemotherapie. Dit is ook vaak niet nodig, gezien de vaak zeer langzame evolutie van de ziekte. Wanneer behandeling wordt gestart is dit meestal voor een periode van een zestal maanden. Nadien wordt dan weer een afwachtende houding aangenomen. De behandeling kan dan worden herstart als er opnieuw tekens optreden van ziekteactiviteit. Voor jonge personen wordt meer en meer gestreefd naar een zo volledig mogelijke verdwijning van de ziekte. Hiervoor wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van combinatie chemotherapie (vaak combinatie van fludarabine ®, endoxan® en rituximab): het zogenaamd FC-R schema. Dit schema heeft in een grote studie zijn grote voordeel bewezen in vergelijking met enkelvoudige behandeling. Van deze behandeling worden minstens 4 en meestal 6 behandelingen toegediend, om de 3 tot 4 weken. Voor oudere patiënten wordt meestal gebruik gemaakt van pillen, bijvoorbeeld chlorambutil (Leukeran® ).