PROGNOSE van non-Hodgkin lymfomen


De prognose van non-Hodgkin lymfomen is veel variabeler dan van de ziekte van Hodgkin, gezien het bestaan van een groot aantal verschillende soorten van non-Hodgkin lymfomen met elk een verschillend gedrag.

Folliculaire B-cel lymfomen: maken ongeveer 25 % uit van alle non-Hodgkin lymfomen. Deze lymfomen reageren meestal uitstekend op een behandeling, maar kunnen met chemotherapie nagenoeg niet worden genezen. Vaak komt vroeg of laat toch een herval, dat dan opnieuw moet behandeld worden. Indien de ziekte blijft hervallen, wordt ze vroeg of laat weerstandig aan behandeling. Recent werd een soort voorspelbaarheidsscore gemaakt, die toelaat de prognose te voorspellen aan de hand van een aantal gegevens. De gemiddelde levensverwachting was tot voor enkele jaren meestal in de buurt van 10 jaar. Met de huidige nieuwe behandelingen (monoclonale antistoffen,…) is er de laatste jaren een duidelijke verbetering van de ziektevrije overleving. Dikwijls worden antistoffen gegeven als onderhoudsbehandeling gedurende enkele jaren, zodat dit lymfoma eerder een chronische aandoening wordt.

Grootcellige B-cel lymfomen: maken ongeveer 65% uit van alle lymfomen. Hiervoor werd eveneens een soort scoresysteem ontwikkeld (IPI score) die toelaat een prognose te formuleren gebaseerd op leeftijd, stadium, aktiviteitsmogelijkheden, LDH gehalte in bloed en aantasting buiten de lymfeklieren. Patiënten met geen of slechts 1 ongunstige factor hebben een uitstekende genezingskans; patiënten met alle slechte factoren hebben een minder goede kans op genezing. In vele gevallen wordt evenwel een goede controle bekomen van de ziekte.

Mantelcellymfoom (B-cel): maakt ongeveer 5% uit van alle non-Hodgkin lymfomen en heeft doorgaans een minder goed te voorspellen prognose. Jongere patiënten krijgen vaak aan het einde van de behandeling een transplantatie van eigen stamcellen na hoge dosis chemotherapie. Voor oudere patiënten wordt veel verwacht van een onderhoudsbehandeling met nieuwere geneesmiddelen.

Haarcel leukemie of hairy cell leukemie: zeldzame vorm van B-cel lymfoom, gaat gepaard met belangrijke miltvergroting en beenmergaantasting, nagenoeg geen klierzwelling. Dit lymfoom kan niet helemaal worden genezen, maar de prognose is zeer gunstig gezien er een uitstekende behandeling met chemotherapie bestaat die de ziekte kan onderdrukken.

 • MALT lymfoma: Lymfklierweefsel komt in alle organen voor. Als het voorkomt buiten de echte lymfeklieren spreekt men van MALT: mucosa geassocieerd lymfatisch weefsel (of tissue). Een lymfoom dat ontstaat in dit lymfatisch weefsel noemt men MALT lymfoma. Deze lymfomen kunnen dan ook overal voorkomen: maag, luchtwegen, schildklier, oogleden, speekselklieren,… Deze lymfomen gedragen zich als een weinig kwaadaardig lymfoom: meestal weinig algemene klachten, trage toename. MALT lymfomen van de maag worden veroorzaakt door een bacterie die soms in de maag aanwezig is (Helicobacter Pylori) en is een van de weinige lymfomen waarvan de oorzaak is gekend. In de beginfase kan een behandeling van de bacterie soms het MALT lymfoom van de maag doen verdwijnen.

 • Ziekte van Waldenström: Relatief zeldzaam voorkomende vorm van laag kwaadaardig lymfoom. Deze ziekte wordt meestal toevallig ontdekt bij een bloedonderzoek: men vindt een normaal eiwit (Immunoglobuline M of IgM) terug dat evenwel in te hoge concentratie aanwezig is. Dit eiwit wordt geproduceerd door B lymfocyten in beenmerg en lymfeklieren. Vaak is geen behandeling nodig: de ziekte is enigszins te vergelijken met Chronisch Lymfatische Leukemie: vaak heel traag in evolutie, behandeling enkel als er klachten zijn te wijten aan de ziekte (bloedarmoede, heel hoog gehalte aan eiwit waardoor het bloed te stijf kan worden en klachten, toenemende klieren).

T-cel lymfomen: In tegenstelling tot de B-cel lymfomen is de cel die aan de oorsprong ligt van deze lymfomen een T-cel. T-cel lymfomen maken ongeveer 15% uit van alle lymfomen. Dikwijls is er huidaantasting, soms kan de huidaantasting de klieraantasting lang vooraf gaan (Mycosis fungoides). T-cel lymfomen worden, indien ze niet in de huid aanwezig zijn, eveneens behandeld met chemotherapie. De prognose is wat minder goed dan deze van B-cel lymfomen.

Chronische lymfatische leukemie: is een buitenbeentje in de groep van lymfomen en wordt in een afzonderlijk hoofdstuk behandeld (zie verder).