Wat is CHEMOtherapie


Chemotherapie is een behandeling met geneesmiddelen die men cytostatica of celremmers noemt. De bedoeling van deze behandeling is abnormale cellen te vernietigen of groei ervan te verhinderen.
Er zijn verschillende producten beschikbaar; voor elke patiënt dient de arts te bepalen welke geneesmiddelen moeten gebruikt worden en in welke dosis.

Chemotherapie kan toegediend worden op verschillende manieren:

  • Via de mond: tabletten of capsules.
  • Via inspuiting: in een spier of onderhuids.
  • Via een inspuiting in een ader met een infuus, waarbij het geneesmiddel dan verdund wordt   toegediend in vloeistof (vaak “baxter” genoemd); de snelheid van toediening hangt af van het soort geneesmiddel en van de dosis ervan.
  • Soms ook in het ruggenmergkanaal.

Meestal wordt chemotherapie gegeven in cyclussen: behandeling gedurende één of meerdere dagen, gevolgd door een rustperiode van een aantal dagen of weken. Deze rustperiode is noodzakelijk om het lichaam toe te laten te herstellen van  nevenwerkingen. In sommige gevallen kan chemotherapie ook gegeven worden onder vorm van pillen die gedurende enkele dagen of dagelijks dienen ingenomen.

  • Vaak wordt chemotherapie “ambulant” toegediend, dwz. de patiënten krijgen de behandeling op het dagcentrum en kunnen na toediening weer naar huis. De chemotherapie wordt meestal toegediend via het daghospitaal.
  • Tijdens het verloop van de behandeling dient onderzocht of de ziekte voldoende beantwoordt aan de medicijnen: er wordt meestal na 3 of 4 cycli behandeling een controle uitgevoerd van alle afwijkende testen (labo, PET/CT scan, puncties indien afwijkend). Indien het effect van de behandeling onvoldoende zou zijn (wat zeldzaam is), dient de behandeling aangepast.

Ook enkele weken na het einde van de chemotherapie en voor het starten van een eventuele bestraling dient een nieuwe controle uitgevoerd van alle afwijkende testen.